Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. PAUZE.

6. Zij, die gebonden zaten

In schaduw van den dood, Omdat zij Ood vergaten,

Vervielen in dien nood.

Toen werd hun wreevlig hart Verneêrd door zwarigheden;

Zij struikelden, hun smart Werd hulpeloos geleden.

7. Doch, riepen z'in d'ellenden

Den Heer ootmoedig aan, Hij deed hun angsten enden, En hen 't gevaar ontgaan; Hij hielp hen uit den nood; Hij bracht hen uit het duister

Der schaduw van den dood; Hij brak hun band en kluister.

8. Laat zulken eer bewijzen

Aan 'sHeeren gunst en macht, En al zijn wondren prijzen Voor 't menschelijk geslacht; Hij was 't, voor wien gereed De koopren deuren weken,

Die ijzren grendlen deed In duizend stukken breken!

9. De zotten overtreden,

En krijgen hunne straf; Om d'ongerechtigheden

Mat plaag op plaag hen af; Zij walgden zelfs van brood; Geen beste spijzen smaakten;

Terwijl zij vast den dood Met schrik en vrees genaakten.

10. Doch, riepen z'in d'ellenden

Den Heer ootmoedig aan, Hij deed hun angsten enden, En hen 't gevaar ontgaan.

Sluiten