Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. PAUZE.

3. Hoe zal toch de jeugd, wier harte midden in begeerten zwemt, Alzoo leven, dat de reden 't hart in zijne lusten temt?

Hoe zal zij, wie al haar wegen glibbrig en gevaarlijk staan, Hare paden zonder missen veilig mogen henengaan?

Veilig zal zij henen treden, zoo zij op uw woorden acht, En daar 't leven naar wil richten. Hiertoe is het, dat ik tracht; Dit zoek ik uit gansch mijn ziele. Heer, maak Gij mij toch

[zoo vast,

Dat ik in uw wet niet struikel en geen zonde mij verrast.

4. Daarom sluit ik uwe woorden in mijn hart zorgvuldig in, Om geen kwaad te mogen plegen in al 't geen, dat ik begin. Hooggeloofd, Heer, moet Gij wezen: Leer mij toch uw

[rechten wel,

Dat ik met mijn mond de woorden van uw mond alom vertel; Dat ik die in waarde hebbe boven 't allerwaardste goud En al 's werelds groote schatten, die men meest in waarde houdt: Daarvan spreek, en vlijtig poge, dat ik hunnen zin versta, En 't verstand zijn lust laat rapen, en nooit in 't vergeten sla.

2. PAUZE.

5. Doe mij wel en laat mij leven, mij, uw toegeëigend knecht, Dat ik naar uw woorden leve, die Gij mij te voren legt.

En opdat ik voorts de wondren van uw wet doorgronden mag, Zoo doe mij mijn oogen open, dat ik klaar zie als de dag: Dat het oog alleen niet leze en de mond alleen niet spreek, Maar 't verstand ook door de schors heen der verborgenheden

[breek'.

Wat bezit ik hier op aarde? Niet met al, dat mij behoort, Maar éen ding wensch ik te hebben, 't is niet anders dan uw

[Woord.

6. 't Hart, door liefde tot uw wetten, zingt inwendig en verlangt Naar uw woorden als naar 't eenig, daar het al zijn lust aan

[hangt.

Gij, die, wie uw wet verachten, zelf veracht maakt en gehaat, Vrijdt mij, die uw wet in stand houdt, van verachting, vloek

[en smaad:

Sluiten