Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omdat zij geleerder maken, ja veel meer dan al degeen Die weleer mijn Leeraars waren: want uit hen zijn al mijn reên. Omdat zij mij kloeker maken meer dan eenig ouderman: Hierom zijn ze mij zoo waardig; hierom wijk ik nooit daarvan.

26. Om daarnaar te mogen wandlen wend ik mijne voeten af, Af van alle booze wegen: 't woord dat uwe mond mij gaf, Daarbij blijf ik: uwe rechten daar Oij mij in onderricht, Blijven stadig in mijn zinnen, en in mijn verstands gezicht. Honing is wel zoet te smaken, maar nog is hij niet zoo zoet, Niet zoo lieflijk op mijn tonge, als uw heilig woord wel doet. Door uw woord word ik ervaren, wijs, geleerd, en vol van raad; Daarom is 't, dat ik van harte alle valsche wegen haat.

13. PAUZE.

27. Heer, uw woord is mijn lantaarne, die door haren glans belet, Dat ik immer weer mijn voeten op verkeerde wegen zet:

't Is mij even als een fakkel, die men voor mij henen draagt, En wiens licht de duisternissen van den weg voor mij verjaagt, 'k Heb mij zelf een eed gezworen, brandend in mijn hart gewijd, Dat ik uw bevel wil volgen, Heer, die mijn vertrooster zijt. Troost mij eens naar uw beloften, mij, dien 't heilloos avontuur Al te zwaar komt overvallen, 't leven wrang maakt, droef, en zuur.

28. Neem in dank het willig slachtlam, dat 'k U in mijn zinnen

[slacht.

Onderwijs mij in uw wetten, dat ik die terecht betracht. Of mijn leven schoon al wankelt en de dood van verre dreigt, Nog vergeet ik nooit uw wetten, zoo is 't hart daartoe geneigd. Of ik schier al ben gevangen in der boozer menschen net; Midden in gevaarlijkheden dwaal ik nog niet van uw wet. Want zij is mijn vreugd, mijn erve, wat er is, zij is mij 't al : Die te houden zal ik trachten, al zoolang ik leven zal.

14. PAUZE.

29. Uwe wetten draag ik liefde, wankelbaren menschen haat.

Heer, Oij zijt mijn schut, bescherming, en uw woord mijn

[toeverlaat.

Weg van mij, gij boosgeaarde: 't is mijns harten sterke wil In al mijn bedrijf en handlen zoo te wandlen als God wil.

Sluiten