Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 128.

1. Gelukkig buiten grenzen,

Meer dan ooit hart bedacht,

Ooit ziele zich kon wenschen,

Ooit tong te voorschijn bracht: Die, door Gods vrees bewogen,

Zijn hart ter deugde geeft,

En voor een ieders oogen

Oprecht godsdienstig leeft.

2. Wat weerwil kan u drukken,

Wiens hart zich zoo bevindt?

Uw doen zal wel gelukken In al wat gij begint;

Uw werk wordt niet te schanden,

Gelijk m'in andren ziet,

De arbeid uwer handen

Geeft u 't gehoopt geniet.

3. Wel moogt gij zalig heeten,

In alles hebt gij 't zoet.

Met vreugde gaat gij eten

Van 't recht gewonnen goed; Met vreugde gaan de leden

Tot diep' en zachte rust Door geen bekommerdheden In 't slapen ooit ontrust.

1. PAUZE.

4. Als, door natuurs verblijden,

Het oog vermaak geschiedt,

Wanneer 't bij zomertijden

Den schoonen wijnstok ziet; Den wijnstok, die geladen

Met vrucht, en dicht doorvlecht Zijn telgen, rijk van bladen,

Langs heel den huize hecht:

5. Zoo zal uw hartsvriendinne,

De trouwst' in allen nood,

De lusthof van uw zinnen,

Uw waarde zielsgenoot,

18

Sluiten