Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Zalig dan der God-gezinden Wijs en welberaden tal,

Dat zijn hope niet gaat binden Aan het wankelend geval,

Maar met vollen toeverlaat Op den Heer, zijn Heiland, staat.

10. Op den Heer der Israëlieten,

Grooten God, die door zijn kracht, Al waar d'oogen stralen schieten,

Aard en hemel, heeft gewracht; Zee en lucht, al wat er leeft, Alles, wat gestalte heeft.

11. Die de woorden zijner reden

Eeuwig aan de waarheid hecht, En, in zijn verschovenheden, D'overkrachte helpt aan recht: Die zijn trouw bewijst in nood En den honger spijst met brood.

12. Die de banden kan ontknoopen

Van den hard geprangden voet: Die der blinden oogen open En het licht aanschouwen doet. Die het neergekromde richt, Het bouwvallig stut en sticht.

13. Die ze lief heeft, die Hem vreezen,

En bewaart den vreemdeling;

Die de weduw, die de weezen Helpt uit haar vernedering.

Die den booze doet vergaan Op zijn goddelooze paan.

14. Eeuwig, eeuwig is Hij Koning.

Eeuwig, Zion, heeft Hij dij Tot zijn uitverkoren woning,

Eeuwig blijft zijn gunst u bij: Van geslachte tot geslacht Houdt Hij over u de wacht.

Sluiten