Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evengoed als er nu langs Rotterdam druppeltjes, stroompjes vloeien die uit Grindelwald- en andere gletschers zijn afgezijpeld, evengoed als de vruchtbare Betuwe in de Leisteengebergten gezeten heeft, juist zo kan men in het volk-vannu, in het denken van de tegenwoordige mens terugvinden en er van afscheiden wat oorspronkelik ons volksdenken vormde en wat er van her en der, van 't gloeiende, meeslepende zuiden of 't mijmerende, melodieëuze oosten, het weddende, sportende westen en 't krachtige en toch sombere noorden in overgevloeid is; verreweg de hoofdinhoud bleef Nederlands-Germaans, de denkens-zij-rievier die de grootste vervorming teweeg bracht is wel — voorzover wij kunnen weten — de klassieke en wie het volksdenken dus als boven de eigen bodem zwevende, vrij van een zo geheel andere beschaving, wil leren kennen moet zich verdiepen in die tijd, waarin de Germaanse wouden nog niet of slecht toegankelik waren voor wat men dan Romeinse „beschaving" gelieft te noemen.

Er is nog iets te zeggen: waarom ik juist aan deze mythe kwam.

Over het laatste deel van „Bragi" valt al de schaduw van de komende goudoorlog in Zuid-Afrika, een episode uit de voortzetting van de strijd van Bragi, het edele, en Loke, het hebzuchtige, op aarde. „Bragi" was echter geëindigd in Febr. 1899; Okt. 1899 volgde de oorlogsverklaring, die eerst 2£ jaar later door de vrede gevolgd is. Deze goudoorlog heeft de stoot gegeven tot mijn opvatting en tot de verandering van Alwijs in Alwin. „Alwin" werd geschreven in Mei en Junie 1901. Wie er echter toespelingen op die oorlog in mocht willen zoeken, die zou bedrogen

Sluiten