Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE BEDRIJF.

De rand van'en bos. Nacht. Maanlicht bestraalt het vanboven.

Rei van bosmeisjes (ijle nevelkleding, loshangend haar, blote armen). Laat ons dansen ; laat ons dartlen! Ons is de blonde, blanke bruid !

Spotten kunnen wij dra met haar spartlen,

Komt ze in dit bos, ze is Alwins buit ! Wij zingen nu luid Van de zonnige bruid.

Nooit komt ze los,

Mag ze dit mos,

Maar even betreden met zwevende tred. Het zachte fluweel Houdt de mens met gestre^l:

Wie er op rust, rust op Alwins bed.

Laat ons dartlen ; laat ons dansen :

Weldra winden we bloemekransen ;

Weldra juublen we 't luide uit:

Welkom, wellekom, Alwins bruid!

Bosfee (iets onder als de meisjes, gelijk gekleed). De lieve komt al dromende ;

Sluiten