Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alwin

En deed ik het dan, wel ik draafde weer gauw

Naar de rand van z'n rijk 'k ril wel een beetje,

Maar 'en dochter van Donar niet durven ! Och wat! Kom, laat mij kijken, kwaad kan het niet.

'k Ben met een sprong uit dit spokegebied;

' (zij wil gaan, maar )

Donar (komt op, 'en forse gestalte, met verbrande huid, ruige baard, brede schouders, waarover 'en eenvoudige donkere mantel. Een kortsteelhamer hangt aan z'n gordel. Hij is eenvoudig in z'n optreden, en kalm).

Hoe is het Teda, weer bij 't bos !

Wat moet je hier ? Ga heen, 't is nacht! Wat lokt je toch ? Het dauwt, en licht Word je nog ziek, verkleumd van kou,

Ga mee, 't is slapenstijd.

Teda. Maar vader, waarom mag ik nooit eens dromen, Als 't maanlicht vol hier aan de hemel staat, Als lauwe lucht me omwademt, als daar komen

Lieflike klanken, Bragi's wijze en maat ?

Als 'k wezens zie, die m' aan Walhal doen denken,

Waarheen ik soms zo hartelik verlang,

Waar 'k zoveel handen ons zag wuiven, wenken:

Het wordt mij bij die boeren wel eens bang En nu zie ik hier in het licht der maan Walhalla's wezens wazig om mij staan.

Donar. Zoek niet op aarde hier Walhalla's heerlikheid,

Sluiten