Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE BEDRIJF.

In het woud; de hut van Geerte, omringd door beuken.

Donar. Zie zo, hier moet het zijn ; de maan is vol, Dus juist de tijd de wijze vrouw te vragen, 't Is ook na middernacht, maar vreemd, ik zag Toch niet de vijand, die 'k nu dagen zoek.

Vrouw Geerte in huis ? Kom even buiten, 'k moet U spreken.

Geerte. Hoe, de grote Donar vraagt

Mijn hulp, wat kan ik zwakke, oude vrouw ?

Ik die de wijsheid in de stilte zoek,

Ver van de wereld met z'n strijd, z'n onrecht.

Donar. Wel verre, vrouw, 't was kwelling hier te komen, Dan hielden mij struikdorens vast en scheurden De haren uit mijn kleed, of sloegen me in De baard of wondden me in 't gezicht ; dan stak Ik onder wortels door m'n voet en viel,

Brekend de takken in m'n val, insekten Gonsden rondom me, nijdig staken ze En 'k moest u toch eens spreken, maar hoe is Het hier zo vredig ?

Sluiten