Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alwin

3e Bosmeisje (zucht).

Alwin. Ga heen naar mijn gevolg en zucht niet meer

Verblijd je in de gunsten van je Heer!

(Van verre lacht luid en honend het 4e bosmeisje uit het bos. Er ontstaat onwillige beweging en gefluister onder Alwinsgevolg). Alwin (voor zich)

Zie daar, hoe elk de spot met Alwin drijft ?

En, of het altijd bij gemompel blijft ?

Hoe duidlik blijkt mij nu mijn kleine macht. Wat kan ik tegen de onwil in gefluister ?

En dan nog heet ik heerser in dit duister. Het duister, ja, en dan waar 't zonlicht lacht,

Daar ben ik niemendal, daar is 'en ander heer.

Maar heersen wil ik overal van berg tot meer, Van, waar de gloed van Balder oppermachtig is, Tot, waar 'en berg van ijs dekt zeereus, monster, vis. Is Teda mijn, mijn macht is daags ook groot ; Wordt zij niet mijn, dan ben ik liever dood !

Maar, Geerte, hartstocht is dit niet alleen :

Ik voel 'en zachte gloed door al m'n leen,

Ik zie aldoor dat minnelik gezicht :

Als zij hier komt, verstraalt zij 't manelicht. Ik voel, zij is me onmisbaar ; ze is m'n ziel.

O dat ik haar, de liefste, in de armen hield.

Of is dit leugen, als die deerne zei ?

Ik lokte velen al met mijn gevlei,

Sluiten