Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al win'

Dat je naar 't kijken van 't vriendelik oog Ons niet te lang meer laat beiden.

Teda (opent het luik van binnen).

Zingt Bragi daarbuiten z'n bruidslied zo luid ? Zeg, zanger, wat of er dat zingen beduidt ? Geernoot. O liefste mijn, ik bid je hoor mij aan:

Sinds ik je zag vergat ik m'n bestaan,

'k Zag overal jou beeld. Ben je Godin ;

Zou er geen band bestaan die ooit ons bindt,

Of kan het zijn, dat ik, 'en mens, je win ?

O liefste, hoor naar één, die je innig mint.

Teda (voor zich). Zo sprak de voorge dag de sprookjesvrouw: De macht van minne is groot op mens en geest — Noem mij je naam ! Nooit zag ik je.

Geernoot. Geernoot begeert je, geef hem wat hoop ! Hij wil met werken winnen je gunst.

Lieve onbekende, kwel me niet lang.

Hoe kom je hier in 't geheim verborgen ?

Noem mij je naam : niemand hier kent je.

Teda. Aan geen vreemdling vertelt Teda wat vader Ried te verbergen ! — Ruiken die bloemen ? — Lekker ! Maar laat me ook niet lang in 't onzeekre, Waar moet die heen, wie moet die hebben ? 'En vreemdling mag vragen naar 't vreemde gebruik. Geernoot. De mei geurt van minne ; minne is het hoogste Wat mensen mogen bemachtigen hier.

Sluiten