Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alwin

Of zou dit nu heus de liefde zijn ?

(de bosmeisjes zijn weggezweefd.

Net als Teda binnen wil gaan komt Geernoot).

Geernoot. Hoe nu al op! Is alles rustloos, niemand kalm .

Wij beiden en daar boven, kijk wat jaagt Dë ene wolk dë andrë achterna Voorbij het blinkend maanlicht, 'k bid je, ga Niet zwijgend binnen, zeg, wat brengt je buiten. Teda. 'k Schrok van het bonzen van die boom; - eri beuk,. • Tammer, hij werd zo groen! Maar Geernoot, k Me kleden en eens kijken gaan m t bos't Is nu bij nacht daar rustig, niemand stoort je, 'k Wil denken, wat ik jou zal zeggen.

Geernoot (angstig verschrikt). ■J*J

Naar 't bos ! maar ben je dan niet bang ? Pasop .

Daar zwerven Alwin en de zijnen , o,

Ik smeek je laat mij meegaan, zoek t alleen niet.

Teda (zich dapper houdend). ^

Wie is er nu voor geesten angstig, 8 En blijf alleen liefst; beter kan 'k dan denken. Geernoot. Het is je dood, Tee, memgeen verdween

In 't woud bij nacht, en nooit bracht dag hem weer. 'k Wil je zo niet laten gaan, we zullen Je vader roepen : vreemdling hei! ^ ^ ;

Teda. .

Geernoot. Hij moet het horen, t moet.

Sluiten