Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alwin

Gehoorzaam zijn de diepten hem De wouden wuiven op zijn stem.

Luid wordt alom zijn lof verkond : Wij roepen Alwins almacht rond.

Geernoot (bedaard,, wil weggaan).

Kan hij niet komen ?

Zijn mensen te min ?

Ik houd m'n geheim dan —

Ik buig voor u, o boskoningin !

Bosfee (haastig).

O blijf toch, bode, 'k breng u Alwin wel.

(bosfee af).

Geernoot (voor zich)

Daar gaat zij al! Zie zo, da's één verwonnen, Nu opgepast en ferm m'n woord gedaan.

Alwin (met gevolg, dat half in het bos blijft). Wie verontrust het woud met z'n tred ?

Roept m' uit mijn raad ? Raast hier om mij ?

Geernoot (verleidelik).

Donars dochter,

Teda, de teedre Zonnige, slanke,

Met waas op de wangen,

Rood als 't mosroosje Mint u met macht.

Sluiten