Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alwin

Alwin (angstig ontevreden).

En 'k meende, eer 't morgen werd, mocht ik haar huwen.

Donar. Als Teda het toch wil, vertraag ik 't niet langer.

Koor van rosmeisjes. (komt om Teda heen).

Meisje, mooi meisje,

Kom mee naar het bos :

Spoedig sprankelt zon op het mos! Kom toch, bedenk, dat de aardgeest verkwijnt, Dat groeikracht uit groen en bloemen verdwijnt!

Bosfee. Huiver omhuift ons !

Zons komst geeft siddring Van angst aan alles!

Maak toch de machtige Alwin nu ook nog Gelukkig ! o Liefken,

Volg hem: hij vraagt het,

Hij smeekt het zo zacht!

Teda (weer overgehaald).

Laat mij dan lust en licht gaan brengen Diep in de aarde en in 't duistere bos.

Bidden zal ik ; Balders licht spaart hem En samen bezielen we in 't zonlicht dë aard ; Het glanzende goud worde goed voor ieder ! Donar (ernstig, kalm)

Geef elkander dan de hand,

Sluiten