Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frans.

DaEeije.

(Af.)

VIJFDE TOONEEL.

eefje falleen).

Eefje < blijft een oogenblik in gedachten staan, en gaat dan iweer aan het opruimen). Ik weet liet niet, maar ik wou dat hij dien Dreij maar liet loopen. Want, Frans mag zeggen wat hij wil, 't is toch een leelijke vent.

(Wentink komt op).

ZESDE TOONEEL.

Eefje, Wentink.

Eefje.

Hé, is u daar, mijnheer Wentink?

Wentink.

Goeje morgen, Eefje. Is je vader thuis ?

Eefje.

Neen, mijnheer, hij is naar de houtverkooping. Woud: U hem zelf gesproken hebben?

Wentink.

Neen, dat is niet absoluut noodig. Je kunt de boodschap ook wel doen: ik kwam hem maar even zeggen, dat ik met mijnheer Valk afgesproken heb, van avond hier ons partijtje te komen maken.

Eefje.

O, dat zal ik hem dan wel vertellen.

Wentink.

Eii zou je dan ook eens naar mijnheer Valk willen gaan om het hem te helpen onthouden ?

Eefje.

Straks wel, mijnheer, maar op 't moment kan ik niet weg

Wentink.

Zoo'n haast is er ook niet bij, als je 't nu te druk hebt.

Eefje.

Zoo heel druk wel niet, maar zoo meteen komt mijn heer Maartens.

Wentink.

Maartens? Maartens? — Is dat dezelfde, die hier voor zes jaar 't station gebouwd heeft?

Sluiten