Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

YVentink.

Geneer je niet. Mijn grootheid is ook maar tijdelijk. Die zeepbel harst van avond om acht uur uit mekaar; — dan komt onze burgemeester terug en 't is uit met mijn glorie.

Maartens.

Maar laten we een oogenblik gaan zitten. Blijft nog wat praten totdat mijn kamer in orde is.

(Zij gaan zitten).

Ik \ ind liet tocli zoo ïiicirlilig cUirdig, weer eens hier in die oude omgeving terug te komen. Hier in huis is ook niets veranderd: het ziet er nog precies zoo uit als voor zes jaar.

Mevrouw SWAAN.

Toen was je nog ongetrouwd.

Maartens.

Ja, en nu al sinds vier jaar getrouwd en vader van twee kinderen. Waar blijft de tijd? En blijft het ie hier ffoed bevallen? 15

Swaan.

O ja. — Als ontvanger heb je 't in zoo'n grensdorp nog al druk ; maar t is hier een best slag van menschen, waar mijn vrouw het ook goed meê kan vinden. Trouwens ik heb zeli 0111 de ontvangst van Meersbeek gesolliciteerd omdat ik dan bij de fabriek ben, die mijn vader hier had opgericht en die ik na zijn dood heb aangehouden. Nu kan ik ook persoonlijk wat meer voor mijn werkvolk doen, en daar heb ik pleizier in.

NEGENDE TOONEEL.

De vorigen, Eefje.

Eefje (opkomend).

Mevrouw Swaan, daar is vrouw Kiezel, die wou u zoo graag eens spreken.

Mevrouw SWAAN.

Wou ze mij spreken? Waar is ze?

Eefje.

Ze is voor de deur; ze wou niet binnen komen.

Mevrouw Swaan.

Goed; ik kom bij haar.

{Zij gaat met Eefje af).

Sluiten