Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

... swaan.

Ê? ifstaSS

^tt^S^'ïï'SiïS

er'eerTVw! *?" gen, &eIeden heeft attent gemaakt dat c een vreemde snuiter hier rondloopt, die hier bij Madzer

oreert en onder den schofttijd, vooral bij de jongere werk-

™naï,raor;"aande ,ab™k- »»><«.

en naar allerlei dingen vragen, die hem niet aangaan. II;

ehhÏrh.rg1 T' ^ ZICn pkreSen' maar i]< ^eb aan den eldw achter last gegeven hem in 't oog te houden.

Maartens.

't Is best mogelijk, dat dat zoon geheime opruier is zooals erin den tegenwoordige» tijd meer rondloopen, die de arme drommels het hoofd op hol brengen om dan le visschen in het water, dat ze zelf troebel gemaakt hebben Als ik straks mijn opzichter spreek, zal ik er mogelijk wel wat meer van te weten komen.

ELFDE TOONEEL.

De vort gen, Mevrouw swaan, vrouw Kiezel.

Mevrouw S\VAAV (tot vrouw Kiezel die met haar opkomt.)

Weet je wat, vrouw Kiezel, vertel jij zelf maar eens aan de heeren wat je mij gezegd hebt. Mijnheer Wentink en mijn man, die hebben meer verstand van die dingen, en zullen je beter raad kunnen geven dan ik.

Vrouw Kiezel.

Och, mijn lieve mevrouw, ik wil het de heeren ook wet eens zeggen, want, zie je, het is een effectieve treurigheid, en de heeren zijn altijd goed voor me geweest, en als een mensch dan in liet chagrijn zit, zal ik maar zeggen, dan wil hij wel eens een steunselisatie zoeken.

Swaan.

Ja, vertel jij maar eens op, vrouwtje. Wat heb je voor zwarigheid ?

Vrouw Kiezel.

t Is dan eigenlijk van mijn zoon Frans. Uwe kent hem mogelijk wel, en (tot Wentink) mijnheer de burgemeester

Sluiten