Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal hem ook wel kennen, want tt is immers ook een van de hoogen aan de drukkerij, waar Frans werkt? Nou is Frans een beste jongen, dat kan ik waar maken, hij draagt zijn moeder op de handen ; hij is trouw en eerlijk, hij drinkt niet en hij vecht niet, maar hij is, zal ik maar zeggen, van zoo'n opgewonden complexie. En dan geloof ik, dat hij te veel boeken heeft gelezen. Ik weet wel, dat hij daar zijn bekwamiteit uit heeft moeten halen, maar ze zeggen dat er tegenwoordig zooveel slechte boeken en pam pieren zijn. En dan is hij in kennis gekomen met dien Dreij, dien ik voor mi j niet zetten mag ; maar Frans zeit, 't is een bovenste beste, die voor den werkman door het vuur zou loopen.

swaan.

Dreij? Wie is die Dreij?

Vrouw Kiezel.

Dreij ? Kennen de heeren hem niet ? Hij is al sinds een dag of acht hier en hij logeert hier bij Madzer. Hij loopt altijd met zoo'n bruine jas en een Sitok ; je kunt hem in alle herbergen vinden, waar de werklui komen, en dan houdt hij daar redenaties en reclamaties. Hij moet in zijn jonge jaren een verloopen student geweest zijn, ergens aan gunne kant van Duitschland.

Wentink.

(Tot Maartens). Dat is misschien de vrind, waar we zoo even van spraken. (tot vrouw Kiezel). En hoe komt je zoon Frans daarmee in kennis?

Vrouw Kiezel.

Wel, hij is een veertien dagen geleden in stilte hier gekomen om Frans te vragen dat hij briefjes of pampier tjes op de drukkerij zou drukken, die uitgestrooid moesten worden onder de werklui, maar daar mochten de heeren niets van weten, en Frans moest dat stilletjes in 't geniep doen, en hij zou hem goed betalen. Maar Frans zei, dat deed hij niet; die pampiertjes konden heel goed zijn, maar van die heimelijkheden, daar wou hij niets van weten.

swaan.

Daar heeft Frans heel goed aan gedaan.

Vrouw Kiezel.

Dat heb ik ook gezeid. Maar nou is die Dreij sedert dien tijd heel veel 'bij en met hem geweest. Het is een mooi-prater, ziet u, en zoo heeft hij hem zijn hoofd op hol

Sluiten