Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze naar boven, naar je kamer en zet ze onder je bed of ergens anders. Als ze maar bij de hand zijn als ik ze noodig heb. Je liebt torh aan niemand gezegd waar ze voor moeten dienen?

Kobus.

Neen, want ik weet liet zelf nog niet.

Dreij.

Ie hoeft het vooreersc ook niet te weten.

Kobus.

Ik heb gezeid, dat we een scheur in het behangsel hadden.

Dreij.

Goed .Geef me die krant eens aan. (Kobus geeft hem de krant, die hij inziet, opvouwt en bij zich steekt). Ik ga naar boven ; blijf jij hier, en als burger Frans komt, waarschuw me dan.

Kobus.

Best, burger.

(Dreij gaat door de zijdeur af. Kobus neemt pot en kwast en gaat naar de achterdeur. Eefje komt daardoor binnen).

ACHTTIENDE TOONEEL.

Kobus, Eefje.

Eefje.

Zoo, Kobus. Ga je er op uit?

Kobus.

Ja, juffer, goeje morgen (hij houdt den stijfselpot achter zijn rug en wil de deur uit gaaii).

Eefje.

Wat heb je een haast; de dag is nog lang, Kobus

of moet ik Burger Kobus zeggen?

Kobus.

Och, juffer, zoo als je wilt — ik ben niet grootsc.li Maar ze zeggen tegenwoordig dat het zoo wezen moet. Hec lijkent dat ze „meneer" te gemeen vinden, en „burger" staat royaalder. Maar, zie je, dat is voor de grootheid en niet voor ons menschen. Ik ben eenvoudig Kobus.

Eefje.

Best, dan zal ik maar Kobus zeggen (zij ziet den stijf-

Sluiten