Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE TOONEEL.

Valk, Wentink.

Wentink.

Dat is een goed vrouwtje, die vrouw Kiezel.

Valk.

Dat is ze. Maar wat is dat met haar zoon Frans, waar je zoo even met haar over sprak ?

Wentink.

Och, die jongen, is altijd, zooals je weet, heel wel, en ze heeft tot nog toe niets dan pleizier van hem gehad, maar nu begint hij dwaze dingen. Daar kan onze krant ook nog last genoeg van hebben.

Valk.

Zoo ?

Wentink.

,Ja, je weet, hij doet hier zooveel als alles aan de drukkerij, en nu heeft hij in zijn hoofd gekregen om eischen te doen, waar we niet in kunnen treden.

Valk.

Wil hij meer loon hebben?

Wentink.

Neen, hii heeft eene goede verdienste; dat erkent hij zelf. Maar nu wil hij, dat onze vennootschap hem zal verzekeren tegen ongelukken, die hij hier op de drukkerij zou kunnen krijgen.

Valk.

Dat gebeurt veel tegenwoordig, en ik moet zeggen, dat ik dat zoo'n dwaas idee niet kan noemen. Ik zou het hem maar toestaan.

Wentink.

Mijn waarde Valk, je praat als een redacteur, maar ik ben commissaris van de vennootschap, en ik moet op de duiten passen. Ie weet dal we nog altijd een deficit heb ben, en zie jij kans een levensverzekering te sluiten, die je met'een deficit kunt betalen?

Valk.

Nog altijd een deficit? 't Is onbegrijpelijk! De krant wordt toch goed geredigeerd.

Wentink.

Zeker, zeker. Daar ligt liet niet aan. Maar het debiet

Sluiten