Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behalve dat genoeg van je, dat ik niet beloofd heb te zwijgen.

Dreij (sarrend).

Ei, weet jij zooveel? En kun je iets bewijzen?

Frans. .

Zeker. En je mooie opruiende proclamaties, die je zu t aanplakken ?

Dreij.

Je proclamaties? je proclamaties? Je meent onze proclamaties.

Frans.

Ik wil niets meer met je schurkenboel te maken hebben.

Dreij.

Dat Zullen we zien. Je zult van die proclamaties wel zwijgen, want dan loop je er zelf in.

Frans.

O ik weet wel. dat mijn naam er even goed onder staat als dié van jou, maar dat kan me met. ^helen. Jou /al ik aart de kaak stellen, al sleep ik dan ook me /elf mee.

Dreij (goot vlak tegenover Frans staan en tiet heul tergend aan).

En denk je dan. dat ik zoon stomme ezel zou geweest zijn ? Neen, vrindje, zoo gek niet. Ik heb wel aan^mo'Teliikheid eedacht, dat zoo iets zou kunnen gebeuren, en daarom lieb ik • alleen je, naam onder de proelamat.es

la,en drukken.

Wat!

Dreij. , ,

Ia mannetje, dat dacht je niet. En nj bent zoo dom rreweest, dat stuk met je eigen hand te schnjven en da heb ik in mijn bezt - dat is nou mijn bewijs. Als je mij vangen wilt, dan moet je slimmer wezen.

Frans.

Zoo'n schurkenstreek!

Dreij.

Ja, vrind, zoo is het. Zoodra de stukken in mijn handen zijn, dan ben ik de baas.

Frans (wanhopig).

O God! Wat moet dat worden!

Sluiten