Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Madzer.

Dat kan. Ik zal Eef je sturen, die zal dat wel netjes opknappen (hij gaat aan de deur). Grietje, roep Eef je, dat ze dadelijk hier komt.

Wentink.

Dat komt terecht, en mocht de telegrafist zwarigheid maken, dan kan ik als hoofd van de politie tusschenbeiden komen.

Valk.

Ik geloof niet, dat dat noodig zal wezen.

TWAALFDE TOONEEL.

De vorigen. Grietje.

Grietje (opkomende).

Baas, Eefje is er niet.

Madzer.

Wat? Is Eefje er niet?

Grietje.

Neen. Janus zegt, dat ze een kwartiertje geleden stil de deur is uitgegaan.

Madzer.

Dan is ze zeker naar haar tante.

Grietje.

Neen, Janus zeit, ze is den kant van de vaart opgegaan.

madzer (hevig verschrikt).

Naar de vaart! En dat in donker! O God, daar hangt me een ongeluk boven 't hoofd. (Hij grijpt haastig naar zijn pet,)

Swaan.

Maar blijf bedaard, Madzer ; je zult toch niet denken...

madzer (naar de deur gaande). Ik denk, — ik weet niet ik denk alles.

swaan (wil hem terughouden). Laten we eerst eens bedaard overleggen.

Madzer.

Houd me niet tegen. — Waarom gaat ze naar de vaart! O hemel, ik heb een vooruitzicht van verschrikkelijkheid.

(Hij snelt de deur uit. Grietje volgt hem.)

Sluiten