Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eefje.

Ik weet niet ik geloof ja Ja, daar was een

brief, maar daar had hij heilig beloofd over te zullen zwijgen, maar ik weet het niet.

sw'aan (toont //aar den brief).

Kijk eens, Eefje, weet je ook of dat de hand van Frans is ?

Eefje <neemt (/et! brief).

Wat is dat?

swaan.

Een dreigbrief om mij geld af te persen.

eefje (<>erontwaarcligcl).

En dat zou van Frans wezen? (Zij ziet den brief in).

Onderteekend F. K Frans Kiezel! Neen, dat is

niet het schrift van Frans. Waar komt die brief vandaan?

wentink.

Dat weten we juist niet.

eefje <besiet den brief nader).

Geen postmerk. Dus hij komt hier uit het dorp. En die dat geschreven heeft, heeft zijn schrift niet eens verdraaid. Hij hoort dus hier niet thuis, want anders zou hij wel bang geweest zijn, dat zijn schrift herkend zoy worden. (Zij werpt den brief verachtelijk op den grond). Die briet is van Dreij.

Valk.

Ik geloof, dat ze gelijk heeft.

wentink.

Hij is van Dreij — buiten kwestie. En daar zijn wij nu geen van allen op gekomen.

Madzer.

Die vrouwlui, die vrouwlui! Hoe komen ze aan die begrijpelijkheid ?

Maartens.

En die andere papieren?

Eefje.

Dat heb ik alles niet goed begrepen. Er moeten papieren zijn, als ze die vonden, zei Frans, dan was hij verloren.

swaan.

Ja, dat is nog een leelijke historie. Dat zijn oproerige papieren, en Dreij heeft hem overgehaald er zijn naam onder te zetten.

Sluiten