Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJF EN TWINTIGSTE TOONEEL.

Dc vorigen, zonder Dreij.

Madzer (hij komt weer mar voren).

Ile, dat lucht op! 't Is of mijn huis nu weer gedesinfectioneerd is.

Swaa x clachend).

Ik moet zeggen. Madzer, je hebt een kapitale manier om cngenoode gasten buiten de deur te zetten.

Madzer.

Een dorpskastelein, mijnheer Swaan langdurige ondervinding. (lot Grietje, die aan de deur komt kijken). Griet haal de pruileboel van dien kerel van boven en zet die vlak bij de voordeur. En als hij ze komt halen, dan gooi je subiei alles op straat.

(Grietje af.)

Maarten s.

Ik twijfel er hard aan. Madzer, of hij weer hier zal komen. Wees maar zeker, dat hij op 't moment met een heilige vrees voor de justitie rondloopt.

Madzer.

Ik hoop, dat hij in de Vaart springt en verzuipt. Wentink.

('lot v,dk). Valk, als de vent het minste gevoel voor sa istiek heeft, dan doet hij het nog; nommer drie en een hall. Maar vrienden, laat de kerel loopen, waar hij wil ; wij mogen blij zijn, dat ons goede Meersbeek van hem verlost is. En nu, Frans, kom eens hier. (Frans komt nader). Morgen naar de drukkerij, en je zorgt voor je eigen ongelukken. (Tot Madzer). En, Madzer, ma« hij nu weer eens met Eefje komen praten.

Madzer.

Ja zeker. (Tot hefjr, terwijl hij haar naar Frans toevoert). Ziedaar, die moet hem dan maar op het goede spoor houden als het noodig is.

Frans.

^ O, mijnheer Wentink ik kan het niet zeggen

Wentink.

Neen jongen, ik zal je eens wat zeggen. Je hebt je 011

Sluiten