Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrees voor den dood, die aan ieder zijner gedachten en gevoelens eene pessimistische tint geeft, dit alles spande samen om den schrijver Tolstoy ervan te overtuigen, dat de boekdrukkunst verkeerd is, en om den kunstenaar Tolstoy er van te doordringen, dat het voortbrengen van kunstwerken onnuttig en nadeelig is. Met D o s t o j e vv s k y, die eveneens liefde, zelfverloochening en eenvoud predikte, stemde Tolstoy hierin overeen, dat de mensch niet geschapen is tot vreugde, maar tot verwezenlijking van het zedelijk ideaal, en dat hij zijn eigen «ik» moet opofferen. «De letterkunde is gelijk aan de pacht van jenever, omdat zij alleen voordeel oplevert aan degenen, die ze verpachten, en nadeel aan het volk* en «hetgeen de menschen vooruitgang noemen, is meestentijds voor hen voordeelig, maar strijdt met het belang van de volksmassa» zijn woorden, die Tolstoy reeds in 1861 schreef.

Hier ziet men dus reeds het begin van hetgeen hij later met zulk een grooten ijver verkondigde. In zijne jeugd was zijn streven nog onbestemd; later echter was het de uiting van zijn hartstochtelijken wensch, zich te wijden aan het heil der volksmenigten en zich te bevrijden van zijn ziele-tweestrijd.

Na Zijne terugkeer van de Basjkieren huwde Tolstoy. Met gelukkig familieleven trok hem af van het zoeken naar de idealen des levens. Zijn geheele denken en streven was toen gericht op het huisgezin en op de zorg van zijne geldelijke middelen te vermeerderen. Hij had het schrijven wel eene domheid genoemd, maar ging toen toch voort met schrijven. Hij had het verleidelijke van dezen arbeid leeren kennen en benutte hem als een middel om zijn

Sluiten