Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloof in de verlossing of in de sacramenten zijn heil kan verwerven, in het leven niet meer al zijne krachten kan aanwenden tot de vervulling van de zedenleer van Christus. Want de mensch, wien de kerk de godslasterlijke leer inprentte, dat men niet uit eigen kracht kan worden verlost, doch dat daarvoor een middel bestaat, zal ongetwijfeld naar dat middel grijpen en zijne krachten niet inspannen, omdat hem verzekerd is geworden, dat, zich op eigen kracht te verlaten, zonde is. Iedere kerkelijke leer, met hare

1 ? 1 _ ... . _ _ r i

vu ivsaoiug, nait aati ciiiiciiLGU cii ai^uuciiuicii5L, SlUiL

de leer van Christus uit.

Het voorschrift: «wat gij niet wilt, dat u geschiedt, doe dat ook anderen niet» behoeft niet door wonderen te worden bewezen, want het is opzichzelf reeds overtuigend, overeenkomstig de rede en de menschelijke natuur. Maar de bewering dat Christus God is, moest met geheel onbegrijpelijke wonderen worden bewezen.

Het geloof is de kennis van de beteekenis des menschelijken levens; de kracht, waardoor de mensch niet wordt vernietigd, maar eeuwig leeft.

Een geloof, waaruit geen daden geboren worden, is geen geloof.

Wie het geloof heeft, mag niet rekenen op beloften van vergelding.

Zonder geloof kan men niet leven.

Sluiten