Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat destijds de menschen geloofden in hetgeen zij predikten, terwijl tegenwoordig de predikers niet gelooven en niet gelooven kunnen, in hetgeen zijzclven zeggen, omdat hetgeen zij prediken geen zin heeft. Het is zonderbaar en schrikwekkend: onze beschaafde tijdgenooten, onze leidslieden dringen met hunne spitsvondige redeneeringen de maatschappij terug niet alleen naar den heidenschen, maar zelfs naar den ruwen oer-toestand der menschheid.

Deze richting der leidende tijdgenooten is nergens zoo waarneembaar, als in de verhouding, waarin zij staan tot het verschijnsel, waarin zich tegenwoordig de geheele onmacht der maatschappelijke levensopvatting uit: als in den oorlog, in de algemeene wapeningen, in den algemeenen dienstplicht!

Het Kwaad.

Niemand onzer is geroepen al het lijden der menschheid te heelen; een ieder behoort slechts den menschen te dienen.

Alen vraagt altijd: «Waartoe dient het kwaad?»

Wat is het kwaad?

Dat, wat wij het kwaad noemen, is eene tot ons gerichte 'oproeping, een aan onze werkzame liefde gestelde eisch. De mensch, die dezen eisch nakomt, ziet juist zooveel kwaad, als noodig is om zijne werkzaamheid op te wekken.

Zoo denk en gevoel ik nu; echter nog niet lang geleden zag ik nog zeer veel kwaad; ik was ver-

Sluiten