Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet-ware kunnen onderscheiden, wanneer ik, zinnelijk mensch, mijne vruchten kon genieten?

Nu echter is het duidelijk: wat gij doet, zonder er voor beloond te worden, doet gij uit liefde en dat is zeker het werk Gods.

Zaai slechts, zaai; God laat het groeien en zal

«t Zijne, dat, wat niet gij, de mensch, maar wat in u zaait, oogsten.

Naastenliefde. Dienen.

Ik kan slechts bij zulk eene wereldorde gelukkig zijn, waarbij alle wezens elkander meer beminnen dan zichzelven. De geheele wereld zou gelukkig zijn, wanneer alle schepselen niet zichzelven, maar hunne gelijken beminden.

\ oor zoover ik de levensontwikkeling der wereld erkennen kan, zie ik in haar slechts het beginsel der wederzijdsche hulp.

De geheele geschiedenis is niets anders, dan de steeds meer en meer duidelijk wordende openbaring van het eenige beginsel der wederzijdsche eenheid aller schepselen.

De grootste zaligheid, die de mensch kent, de toestand van de volste vrijheid en van het grootste geluk, is de toestand van zelfopoffering en liefde De rede openbaart ons den eenig mogelijken weg naar dat geluk en het gevoel drijft ons dien weg op

Men kan niet anders dan erkennen, dat, wanneer de menschen deden, wat voor duizenden van jaren

Sluiten