Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't geweld toegelaten is, er geen grens zal zijn aan de geweldadigheden, zoodoende blijkt: om het geweld te doen verdwijnen, moet niemand onder eenig voorwendsel het toepassen, en vooral niet onder 't zoo dikwijls aangehaalde voorwendsel van : wraak.

Deze leer bevestigt in zichzelf de eenvoudige en begrijpelijke waarheid, dat men 't kwaad niet door t kwaad kan uitroeien, en dat de eenigste wijze dit kwaad tegen te gaan, de volkomen onthouding van alle geweld is. Deze leer is duidelijk uitgedrukt en gevestigd. Maar 't foute denkbeeld van de wettigheid van wraak, als noodzakelijke voorwaarde voor 't bestaan van den mensch, is zoo ingeworteld, en er zijn zoovelen die de christelijke leer niet kennen, of slechts onder het vervormd uiterlijk — dat de menschen, die de leer van Christus hebben aangenomen, blijven leven volgens de wet van geweld. De christelijke volksbestuurders dachten dat men de leer van wederkeerige hulp kon aannemen, zonder de leer geen weerstand te bieden, die 't gewelf is waarop het geheele sociale leven rust. Het eerste aannemende, en het tweede niet volgend, zou t zelfde zijn als 't gewelf op 't zwakke punt met te

De^christenen, die zich verbeelden beter hun leven te kunnen inrichten dan de heidenen, hoewel zonder t gebod van geen weerstand te bieden aan te nemen, gaan niet alleen voort op dezelfden weg als de niet christelijke volken, maar wat erger is, zij dwalen verder en verder af van het christelijke leven.

De kern van het christendom, dank zij zijn onvolkomen naleving, is meer en meer verloren, en de christelijke volken zijn tot den toestand gekomen waarin ze zich nu bevinden: d.w.z. dat zij hervormd zijn in gewapende vijanden, die hunne beste krachten opofferen, zich tegen elkaar te wapenen, gereed op elk oogenblik elkaar te verscheuren.

Sluiten