Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijdende met de natuur, moet hij noodwendig tegen den mensch strijden, om door geweld of list te trachten dat, wat zij door 't werk van anderen uit den grond verkregen hebben, te ontrukken. ^ ,

Verstoken zijn van grondbezit is niet, zooals zij, die t ermede eens zijn, een overgebleven vorm van het persoonlijkslaar zijn, 't is juist de grondvorm vanhetalgemeenstandhoudend slavendom, die eiken anderen vorm in zich sluit, en

die onvergelijkelijk zwaarder is dan persoonlijk slavendom.

Dit laatste is slechts een bijzonder geval van misbruik maken van 't eerste, zoodat, als men de slaven vrij maakt, en hen verstoken van grondbezit houdt, dit niet de bevrijding is, en hierbij niet de misbruiken van t slavenstelsel ophouden, maar in de meeste gevallen, als in Rusland met de vrijmaking der lijfeigenen, die voorzien worden van een klein stukje grond, is dit een bedriegerij die voor 't oogenblik de slaven hunne ware

toestand verbergt.

't Russische volk begreep dit goed. en zeide zelfs in den tijd der lijfeigenschap: «Wij zijn van u, maar de aarde is ons;» en na de vrijmaking verwachtte en eischte 't geheele volk ook het algemeen grondbezit.

Men heeft het volk gevleid door het gelijk met de vrijmaking een beetje grond te geven, zoodat het voor een oogenblik rustig bleef. Maar met de stijging der bevolking, kwam dit vraagstuk weer bij hen op, en wel onder heldere en juistere vorm.

Zoolang het volk lijfeigene was, genoot het van een voldoende hoeveelheid grond, noodig voor zijn bestaan. Toen de bevolking steeg, was het de regeering en grondbezitters die er 't geneesmiddel voor hadden, en 't volk bemerkte de grondwettelijke onrechtvaardigheid niet, die lag in de opkoop van grond door particulieren. Maar bij de vrijmaking der lijfeigenen verdween de zorg van 't gouvernement en de grondbezitters over de ekonomische staat van 't volk, niet slechts voor zoover

Sluiten