Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l. als de gever voor den put and call al het fonds daartegen verkoopt op den optie-koers, heeft hij feitelijk het halve optie-geld gegeven, voor den put van de dubbele hoeveelheid fonds, op denzelfden koers.

In de voorgaande zes voorbeelden is voortdurend verondersteld, dat de optie-gever kocht of verkocht op den optie-koers. Het spreekt wel vanzelf, dat men ook boven of onder dien koers kan koopen en verkoopen. Natuurlijk heeft dit veel invloed op den prijs van het optie-geld. Teneinde goed begrepen te worden, zal ik bij de voorbeelden die ik thans wil nagaan het volgende vaststellen:

C. is het geld dat gegeven wordt voor een call,

P. dat wat gegeven wordt voor een put,

H. het geld dat gegeven wordt voor een put and call.

E. het verschil (écart) dat er is tusschen den optiekoers , en den koers waarop gekocht of verkocht wordt.

i. X. geeft i pet. call 0/200 Readings & 24V2, en verkoopt 200 Readings è. 25.

Z. geeft 1 pet put 0/200 Readings a 24V2.

Gesteld nu dat Readings 26 worden, dan zal X. de 200 shares die hij verkocht heeft tegen 25, kunnen Oppenheim , Opties. 4

Sluiten