Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van moorden geeft en strijd haar eigenlijk wezen is. Ik noem dit de natuur en hare wetten misbruiken om onedele handelingen goed te praten; het is ieder geval eenzijdig, want in de natuur is nog wat meer te zien dan martelen, moorden, slachten; in de natuur werken twee beginsels, de wet der mededinging en die van het onderling hulpbetoon.

Er bestaan vleeschetende, verscheurende, maar ook nietvleeschetende, zachtmoedige dieren, evenals er roofzuchtige, strijdlustige, maar ook gezelliglevende, vreedzame volken voorkomen; en nu is slechts de vraag, waartoe behoort de mensch?

De vivisector, de kreofaag, 1) kan zijne slechte gewoonte gemakkelijk rechtvaardigen, wanneer hij zich de natuur voorstelt en vormt naar eigen smaak en willekeur en hij een deel der natuurlijke ordonnantiën gebruikt om zijn baan schoon te wasschen.

Het is de vraag, of de mensch de natuur van een roofdier, of die van een beschaafd, redelijk wezen heeft?

De meening, dat de leer van DARWIN omtrent de „struggle of life" eene barbaarsche bejegening van mindere rassen rechtvaardigt, is in theorie sedert lang wederlegd, wordt door geen ontwikkeld mensch meer aangekleefd.

De argumentatie dat de dieren elkander ook martelen en verdelgen houdt geen steek; de handelwijze der dieren — en het zijn maar enkelen — kan toch voor ons niet de levensstandaard zijn, en juist het hooge standpunt dat wij in de natuur innemen, waarop wij ons zooveel laten voorstaan, noopt ons tot rechtvaardigheid en liefde.

Een leiddraad voor de menschelijke gedragingen kan men met een weinigje goeden wil zeer goed ontleenen aan het instinct van sommige dieren, die men — ik zou bijna zeggen op goed geluk — uit de ons omringende kan kiezen. Wanneer wij de juiste geaardheid van de dieren zorgvuldig bestudeeren en wij de middelen, die zij gebruiken om hun doel te bereiken, scherp in het oog vatten, de kroniek van de dierlijke evolutie

1) vleescheter.

Sluiten