Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ne voulut pas rester en arrière: que fit-il? II appela ... les

„Anglais & son secours. 1)

In de wetgeving van verschillende volken namen en nemen de slagers eene afzonderlijke plaats in; bij strafzaken mogen zij

niet als qetuigen fungeeren.

Ik vraag of dit billijk is en of niet de vleescheters meer dan

de slagers, die meestal door den nood gedwongen hun beroep

kozen, schuld zijn van die hardvochtige bejegening? Geer, eerlijk

beschaafd mensch kan met sofismen vergoelijken, dat hij

zwaren last van het moorddadig slagerswerk op zijne minderen

0V6 dIT vkiescheter aanvaardt de gevolgen der demoralisatie van het karakter der slagers. Vrome belijders van het Christendom „nemen er genoegen mede, dat eene geheele klasse van menschen in haar natuur diep vernederd wordt, dragen het vuile, menschonteerende werk aan den slager op, zonder maar eem„germate na te denken over de verregaande laagheid van hun

aedraq," aldus LESTER.

Hier waar wij voor het feit van de degradatie der slagers

staan, is eene humane kwestie aan de orde, die met ter zijde

geschoven, niet omgaan kan worden, maar die men onder

ooqen zal moeten zien. . ,

Is het niet kenschetsend voor het menschelijk organisme, dat

filanthropen en leden van ethische genootschappen, die a e

denkbare problemen onder de zon, tot onderwerp van hunne

1) Wat een klaar bewijs is, is het devies dat zij ten tijde van hun. vereen ging op hun vaandels geschreven zouden hebben: Beeft, ar.sto aten daar zUn de slagers!" Men ziet uit deze aanspraak dat de slagers met meer schuld vonden bij de aristocraten als bij de dieren die zij ter oo brachten; en inderdaad: een meening is op zichzelf geen misdaad heeft ooaemerkt dat zij in het vuur van onze revolutie aan het hoofd de. moordpartijen w'aren. Het is niet de eerste maal dat zij dienjol hebben gespeeld' in de twisten der Bourguignons en der Armagnac e

Sl Ltg.noetnde pet* d. moest geoefende slagers hoofd „e zijn ooepen te stelle»; men k» 1 «e«olg w««. Het h.««•« de tegenpartij (Orleans) wilde niet achterblijven. Wat deedh.j? Hij nep....

de Engelschen te hulp.

Sluiten