Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van denzelfden bloeddorstigen stam. De kannibalen zijn de snoode ooms van de vrome vleescheters, beiden weinig eerbiedwaardige afstammelingen van gemeenschappelijke voorouders, die in gebreke zijn gebleven met de ware beschaving mede te gaan.

„De gewoonte om dierlijk voedsel te nuttigen — aldus „AL.EXANDER VON HumbOLDT — vermindert onzen natuurlijken .afschuw van het kannibalisme."

De vleescheter moge in zijne verwaandheid en wreedheid

het kannibalisme als eene monsterachtige afwijking beschouwen,

die niets met het eten van dierlijk vleesch gemeen heeft, maar in werkelijkheid verhoudt zich de zaak geheel anders: de kannibaal, die zijne werkelijke gewoonte prijs geeft, verkeert feitelijk in denzelfden toestand als de kreofaag, die tot het

vegetarisme overgaat.

In aesthetischen zin is alles ter wereld voor ons, en ieder is facultatief vrij om zich voor te stellen, dat de zon voor hem schijnt, de bloemen voor hem geuren, op practisch gebied heeft hij het recht om electriciteit en stoom in zijn dienst te stellen, maar in het groote raderwerk der natuur, van het heelal en de planeet die wij bewonen, speelt de mensch eene ondergeschikte rol, en hij bezit geen grond, waaraan hij zijne bevoegdheid kan ontleenen om dieren, anders dan in geval van noodweer te dooden.

.De gewoonte is machtig, maar niet almachtig, zegt LESSING ; daarom richte men zich niet tot ouderen in jaren of gourmands, 1) waarmede dikwijls niet veel aan te vangen is, maar tot de moeders, die de toekomst in haar schoot verborgen houden, en men roepe haar toe: wijkt geen haarbreed af van den weg der natuur; waar autoriteit en natuur niet overeenstemmen, volgt de natuur, zij is de eerste en eenige autoriteit.

Ik kan er geen weerstand aan bieden, de door GLEïZES tot de moeders gerichte woorden af te schrijven: .0 fatalité des .choses de ce monde! ce sont les mères et les nournces, ces

1) lekkerbekken.

Sluiten