Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat — toen je nog 'n meisje waart — ik je eens eene geschiedenis vertelde van 'n vriendin, die eerst ook minder gelukkig was en later zich in haar lot aan de zijde van haar man beter leerde schikken.

Anna. Ja, ik herinner me.

Emma. Welnu ook die vriendin wordt meer en meer berustend; met de jaren verliest de herinnering aan't vroegere haar kracht, worden de beelden van 't verleden uitgewischt.... en, langzaam maar zeker gaat ze zich in haar kring, met haar man en haar kind meer en meer volmaakt bevredigd en gelukkig gevoelen. Wat dit laatste betreft; m'n kleine Anna (schertsend dreigt ze met den vinger) 't hoort er zoo bij (ze buigt zich tot Anna voorover) zou m'n vriendinnetje niet reis iets kunnen zeggen, van wat misschien de naaste toekomst geven kan?"

Anna (ernstig-mistroostig 't hoofd schuddend). Neen, Emma ; ook dat niet. Ik erken graag, dat dit een groote troost voor me geweest zou zijn, maar zelfs dat schijnt me onthouden te zullen worden.

Emma. Geduld oefenen kind! (trachtend Anna op te monteren). Toe kleed je aan; je ziet bleek, eene wandeling zal je goed doen. Help mij bij mijn huishoud-inkoopen in de stad.

Anna (droomerig). Wandelen ! Ik ben meer in 'n stemming om stil voor mezelf eens te gaan zitten nadenken. Ik heb er niets geen zin in.

Emma. Neen, neen, daar komt niets van in. Juist met zulke muizennesten niet voor zich heen gaan zitten pikeren. Je moet er mee uit. Toe wil ik schellen om je kamenier. (Zij schelt).

(De kamenier verschijnt. Anna geeft haar bevelen en verdwijnt met haar).

Anna. Even aankleeden; 'n oogenblikje dan ben ik bij je terug. Amuseer je zoo lang met de nieuwe portefeuille (ze schuift haar de tijdschriften toe en gaat de deur uit).

Sluiten