Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knecht; zijn glas reikend.... hij wordt meer en meer opgewonden; klopt v. d. Horst op den schouder).

Kom laat ons niet meer zeuren! Laten we ons voegen bij hen daar (hij wijst naar 't kringetje om de piano). Waarom zullen we niet vroolijk, niet opgewekt zijn, niet van 't leven genieten! Allons donc (hij tracht mee te zingen, trekt v. d. Horst met zich mee, valt al gauw vermoeid in een fauteuil).

V. d. Horst (hem medelijdend beschouwend, voor zich heen). 't Is beter, dat ik mijne pogingen staak; de anderen zouden iets van de zaak merken; dit is minder goed! Arme kerel.

(Terwijl Walden meer en meer opgewonden raakt, heesch en schor lacht, trommelt Hugo op de piano een studentenlied je. De anderen brullend en jolend. Men zingt) :

„Les étudiants Gens vigilants Après 1'étude C'est 1'habitude."

(De kaarsen, die op den schoorsteen naast den spiegel branden, nemen meer en meer af; men ziet ze opbranden; de onthalsde fiesschen, in groot aantal over den vloer; 't gezelschap raakt uitgeput; de oogen puilen uit. Om 'n salontafeltje in den hoek spelen enkelen met kaarten hasardspel; hoopjes goudstukken voor ze liggend).

No. 1. Aan jou de beurt; hoeveel zet je?

No. 2. Vijf voor den donder.

No. 1 (de kaarten op tafel werpend). Verloren, betalen!

Hoeveel!

No. 2. Ik doubleer; tien. 'k Laat me niet lompen.

No. 1. Verloren, betalen.

De spelers zetten hun spel voort; woest. 't geld latende rammelen. Lachend en met de vuist op de tafel slaand:

Bliksems! wat zèg je daarvan ?

Sluiten