Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. Rijswijk. Wees u daar niet ongerust over. Bij u kan dat nooit de oorzaak van een nederlaag worden. Indien gij overwint, zult u slechts overwinnen op die eene wijze, die ik zie.

H enny. Bent u zoo'n ervaren mensch geworden, dat u dit zoo ziet. Sinds wanneer dan?

v. Rijswijk. O neen, neen. Maar de weg voor u, waarop zulke hindernissen niet liggen, is de eenige weg, dien ik ken, omdat het de moeite niet waard is naar de anderen om te zien. Het is de mijne.

Henny. U praat mooi.

v. Rijswijk. Neen, ik doe. — Zeg, wij moeten ronduit spreken. II houdt mij voor ... zwak.

Henny. —Ja...

v. Rijswijk. Dan wordt dit de strijd tusschen ons. — (gedempt, maar zeer brutaal) Ziet u eens naar mij; is hier een fout in, of is dit niet echt?

Henny. U doet niets.

v. Rijswijk. Nu luister dan nog eens. Ik werk altijd. Als ik niet buiten ben, alleen, dan zit ik te lezen. Ik lees alles. Het is onafzienbaar. Ik ben nooit bevredigd. Er is geen tijd, waarvan ik de menschen niet wil kennen, en hun werk; om ze te begrijpen, om mezelf te begrijpen en dezen tijd. — En ik leef. (Jffet

Sluiten