Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. Rijswijk. Bah! U moest zulke dingen mij niet... (in eens ziende, dat zij spreekt zonder het besef van die erge woorden, zwijgt hij, en is zeer verwonderd. Er is nieuwe vereering in zijn stem, als hij voortgaat.) Bah, goed. Ik vind het goed, ik vindt het volstrekt niet erg. Ik zou u zelfs daarin kunnen helpen. U moogt u door niemand laten zeggen, dat het erg is. Ja ik zie het, gij moet het uiterste doen om te overwinnen. — En, zult gij deze vacantie nu in Holland spelen?

Henny. Overmorgen.

v. Rijswijk. Bravo! Waar?

H enny. Hier, met een violist van Amsterdam, 'n Vriend van Baptist. Ja, die is heel wat liever voor me, nu hij ziet, dat ik heb volgehouden. Ik heb hem voortdurend in mijn brieven bewerkt ; en hij heeft me trouw geantwoord. Zeg, wat vind ü eigenlijk van hem. Hij kan zoo erg ruw en onverschillig tegen me doen. Maar dit concert heb ik eigenlijk alleen aan hem te danken.

v. Rijswijk. O, hij zal z'n oud idealisme voor een deel op z'n zusje overgedragen hebben. Ja hij is wat cynisch. Ik houd van hem. Verstandelijk is hij meer dan wij samen.

Henny. Meer dan...?

v. Rijswijk. O, zonder twijfel. Maar niet sterk genoeg, 't Is een zuivere idealist, zoo als

Sluiten