Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joan. Ja, de meeste. De rest zet ik hier maar in dezen hoek.

Dora. Wat maak je toch altijd weer 'n rommel.

(Zij zijn du beiden druk bezig, hij uitzoekend en aangevend, zij rangschikkend in de kast, als iemand, die er den weg in weet. Nu en dan ziet hij haar doen en knikt goedkeurend).

Joan. Lief van je, kindje, om die blauwe ochtendjapon voor me aan te doen. Kom eens hier. Mooi. Kon nog losser, (middelband losmakend) Hier deze band, wat breeër. Of het moest 'n riem zijn. Halsje kan ook nog lager. En, (lief) ach, doe je haar los.

Dora (beetje overheerscht). Joan!

Joan ('t haar losmakend). Zoo, ja zoo! Nee, nee-nee, niet bang zijn.

Dora (eenig geschuifel op de trap hoorend). Dat is mama.

Joan (poes komt binnen). Welnee, 't is maar 'n poes, Mistigris! — Kijk zoo, zoo moest je nou altijd zijn, als je piano speelt. Ten minste zomers, 's Winters wat anders, wat donkers. — Maar ik kan niet zeggen, dat je het me den laatsten tijd erg lastig maakt met die piano. Studeer je nooit?

Dora (erg van 't poesje genietend). Poes is

Sluiten