Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde Tooneel.

Vorigen en Mevrouw.

Mama (in haastig, hier en daar gederangeerd, overgeworpen toilet; fijn figuurtje van middelmatige grootte. Jong. Spreekt als in angstigen droom. J{omt eerst na eenige oogenblikken tot besef, maar haar toon blijft gevoelig. Zij is tegen de achter haar gesloten deur blijven staan). Je doet me verdriet, kind, o je doet me verdriet. Ik kan nooit meer gerust gaan slapen. Ik ben wakker geschrokken. Ik voelde het. Kom dadelijk mee. 't Is vreeselijk. 't Is slecht.

Joan. Dora is wat lang hier bij me gebleven. Overigens zie ik niet in, waarvoor u u zóó van streek maakt.

Mama. Van jou is het ook slecht, Joan. Dit had ik niet van je gedacht. Wat kan ik doen. Wat moet ik doen? Wat moet ik nou doen ? Ik had het je moeder niet moeten beloven. Ik heb het gevoeld, dat het verkeerd was dat je hier zou komen; (huilend) maar ze vroeg 't me zoo.

Joan. Mamatje!

Mama. Nee. Ik kan je niet meer vertrouwen. Je maakt Dora ongelukkig.

Joan. Dat mag u niet zeggen, (na haar toe-

Sluiten