Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is heerlijk; ja gij zijt toch veel sterker, vaster dan ik eerst had gedacht. Gij zijt als n zee, zoo ruim, zoo gerust. Voor mij tenminste, ja voor mij zijt gij goed. En dan hebt ge toch weer zooveel kracht, zooveel energie om mij op te beuren. Dan hindert u niets. O dat is heerlijk, zóó vrij. Ja, als gij zoo licht draagt, dan zult gij misschien toch meer bereiken dan ik. Ik zie het nog niet, wat ge wilt. Maar het is zeker groot. — Gij moet er mij van vertellen, voor ik weer heen ga. Ja ik ben er nieuwsgierig naar, wat gij verbergt. Alles wil ik weten. Waarom spreekt ge er niet méér van?

(Als hij, ontroerd en zonder het minste bedwang meer over zich zelf, op het punt is zich uit te storten, komt Baptist nader. Deze heeft na zijn entree wat gekheid en geplaag gehad met Mies Hulst, en is daarna stiller en oplettender naar Dora aan de piano gegaan. Hij heeft haar, met duidelijke onderscheiding, eenige opmerkingen gemaakt. Nu richt hij zich tot zijn zuster).

Baptist. Niet te druk, zusje. Niet zoo opgewonden. Kom aan v. Rijswijk, geef haar wat rust. Of wees tenminste wat amusanter. Vertel maar liever 's wat aardigs. Niet waar zusje, niet altijd ernstig. — Waar blijft u dan met de wijn, mama. En hallooh, u, kunt u niet wat handiger zijn.

Mevrouw. Net klaar, jongen.

(Mevrouw v. Aert is 'n beetje egoïst type. Hooge toon; overigens niet onbeduidend. Zij is grijzend. Op de aanmaning

Sluiten