Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het hoofd. Hij staart dan een oogenblik het open graf aan, en eenige woorden mompelend, die voor een verontschuldiging genomen kunnen worden, treedt hij, onzeker, achteruit, en verwijdert zich vandaar, door Dora ondersteund, die zacht op hem toegeloopen is. Men ziet thans Baptist v. Aert, bleek, met 'n enkelen ernstigen blik naar v. Rijswijk, naar voren komend, de laatste vormelijkheden van dank verrichten. Als 'n schop aarde geworpen is door ieder, gaat familie en vrienden in stoet heen, sommigen met verstolen, ook wel bezorgden blik naar v. Rijswijk ziend).

(Het kerkhof blijft nu onder open doek leeg achter. Terzijde, op een daar staande bank, zit v. Rijswijk, ontroerd, achterover leunend. Dora, stil, bij hem, ziet toe op zijn ontwaken).

Dora (zij is in zwart-linnen blouse-en-rok■ — J\a geruimen tijd). Wordt het al beter, Joan?

Joan. Ja, Dora.

Dora. Wij zijn achtergebleven,... hier.

Joan (vreemd om zich heen ziend, zwijgt). — (Stilte) — (door de hoornen heen het open graf ziend, huivert hij. Staat dan, zich betrekkelijk snel herstellend op, met Dora naast zich. Zij loopen nu te zamen, in voorovergebogen houding, zacht voort op den zodengrond).

Dora. Joan.

Joan... (glimlachend).

Dora (opnieuw). J oan. Wil je heen gaan, J oan ?

Joan (ernstig). Nog niet. — Zijn die mannen al weg?

Sluiten