Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hevige gebaren, een Jupiter tonans als 't ware, met Thorwaldsen's zachtmoedigen Menschenzoon die alle vermoeiden en beladenen tot zich roept. Stel naast de diep-weemoedige Christusbeelden van Botticelli Munkacsy's stillen mijmeraar die, staande voor Pilatus, nauwelijks hoort de kreten van haat en woede en de heftige beschuldigingen tegen hem ingebracht. Zie hoe hemelsbreed de Italiaansche Christussen van Titiaan verschillen van de echt Semietische van Rembrandt. Toch, ondanks alle verschil, bij allen dezelfde vereering voor het Christus-ideaal.

Welke is nu, de vraag ligt voor de hand, onze verhouding tot het Christusbeeld? Zou zij een louter negatieve of sterker nog een heftig bestrijdende moet zijn? Dat is zij voor Zola, die meent, dat de menschheid sedert negentien eeuwen door het Christendom in haar moreelen gang is belemmerd en eerst als zij deze boeien afschudt, zich vrij zal kunnen ontwikkelen. Dat is zij voor Nietzsche die de „slavenmoraal" van het christendom zijn bittere aanklachten slingert in 't gelaat. „Toch laat zich niet ontkennen", zoo oordeelt Kalthoff terecht, „dat in deze ontkenning of be-

Sluiten