Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk, als hij Jezus' woorden in Matth. 6 : 24 aldus verklaart: „Het bezitten van geld en goed is geen zonde, maar zonde is geld en goed tot zijn Heer te maken. Laat geld en goed u dienen en wees gij hun Heer". Maar welke rijke staat zoo vrij tegenover zijn rijkdom, ook al is hij door zijn bezit nog geen door den Mammon bezetene ? Welke rijke voelt zich bezwaard door zijn rijkdom, om de zedelijke gevaren daaraan verbonden, voelt zich gedrukt door de verantwoordelijkheid, die zijn bezit hem tegenover zijn naasten oplegt, voelt zijn rijkdom meer als een plicht dan als een voorrecht ?

In het Nieuwe Testament door Dr. G. J. Vos uitgegeven staat bij Matth. 6 : 19 de kantteekening: „Worden de aardsche goederen u toegeschikt als ongezochte vruchten van arbeid of betrekking, dan hebt gij ze te aanvaarden als geroepen rentmeesters".

Alles weer theorie, theorie! Handel en industrie zoeken winst, zij worden niet in de eerste plaats uitgeoefend om het algemeen belang te dienen, maar zeer bepaald om aardsche goederen te verwerven. De beurzen zouden moeten worden ge-

Sluiten