Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar zou niet de ware kunstenaar, hij zou slechts een ijdele droomer en mislukt genie zijn, zoo hij zijne gedachte nooit uitdrukte in de werkelijkheid, zoo hij haar voor zichzelven hield en er geen aanzijn aan gaf. Toch wordt zij door deze veruiterlijking vereindigd; het materiaal, waarin de kunstenaar haar neerlegt, de werktuigen, waarvan hij zich daarbij bedient, maken hare uitdrukking tot eene altoos onvolkomene. Maar is het werk af, dan is het doode steenblok tot een levend kunststuk geworden en hoogstaande menschen begrijpen, wat de kunstenaar er mede heeft bedoeld; op het gezicht van het marmerbeeld herleeft in hen dezelfde gedachte, die hem bezielde bij zijnen arbeid. Zóó is God de werkmeester, die Zijn goddelijk denken tot uiting brengt in de schepping en die ons, menschen, dat goddelijk denken wil leeren nadenken, ja, wij zijn Zijn kunstwerk èn Zijne medescheppers èn Zijne medegenieters van de heerlijkheid des Geestes — alles tegelijk.

God schept door Zijn Woord, door het uitwendig maken van Zijn goddelijk denken. „God schept de wereld" wil dus zeggen, dat al het

Sluiten