Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen begrijpen tenzij men acht geve op eene in bovenstaande uitdrukkingen gelegen dubbelzinnigheid.

Daarom ga deze toelichting vooraf.

Men kan de woorden Christelijk enz. nemen óf in den door het spraakgebruik aangegeven óf in den door de historie geijkten, óf in overeenstemming met het laatstgezegde in den waren, den met de werkelijkheid overeenkomenden zin.

Indien de beteekenis der woorden slechts vooraf door onderlingen afspraak zvordt vastgesteld, is dit ook niet zoo verkeerd.

Maar zonder voorafgaande definitie is hier alle aanleiding om te spelen en te goochelen met begrippen.

Indien men, afgaande op het spraakgebruik, het begrip Protestantisme zoo vaag en het begrip Christendom »zoo positief mogelijk maakt, terwijl men het begrip „Calvinist" buiten de serie houdt, zal men met een weinig beleid iedere conclusie kunnen trekken die men gewenscht acht.

In het betoog van de Standaard wordt alleen den naam Protestant omschreven. De tegenstelling wordt dus op de volgende wijze aangegeven.

Protestantsch is een naam voor hetgeen zich principieel tegen de Roomsche hierarchie keert.

Van verzwakking dier tegenstelling is in geen enkelen kring van beduidenis ook maar van verre sprake.

Op politiek terrein eischt het Protestantisme, in tegenstelling metRome, „v r ij h e i d van c o n s c i e n t i e"

Maar dit verschil valt in de prakt ij k weg, want:

1. DeRoomschen zijnin de minderheid.

2. Zij hebben bij vrijheid van consciëntie het hoogste belang.

3. Zij hebben ten onzent nooit een aanslag op die vrijheid gepleegd.

Sluiten