Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit raakt dus de kwestie die te Seinpost aan de orde kwam.

Dat eene toepassing b. v. bij de partijformatie op staatkundig terrein, van een systeem dat uit die niet gewettigde beginselen en zelfs uit dat van de Confessie afwijkend gevoelen is opgebouwd, een hors d'oeuvre is, ligt m. i. in den aard der zaak.

Met deze abnormaliteiten als zoodanig hebben wij, evenwel, in dit verband, van zelf, niet te maken. Het noodige is hierover in het „woord vooraf' gezegd. Maar Dr. Kuyper's eisch, dat zij, die zijne afwijking van de Belijdenis, met name van „den bekenden volzin in Art. XXXVI" wraken, zich voortaan uitsluitend zullen beroepen op eene verhandeling, die op een geheel ander terrein ligt, gaat uit van dezelfde veronderstellingen, waaraan de Doleantie te wijten is.

Vandaar bovenstaande herinnering en onderstaand protest.

Wat, toch, heeft Dr. Kuyper in den aanhef van zijn betoog gedaan ?

Hij heeft met groote openhartigheid ontkend, dat Artikel XXXVI „in zijn meest bekenden volzin" door hem werd beaamd.

Hieruit zou dus o. i. volgen, dat hij zijn voornemen te kennen gaf ééns en voor altijd duidelijk te maken, dat hij, van de confessie afwijkende, tot de Heilige Schrift was teruggekeerd.

Maar neen.

Men verneemt nu de klacht dat men hem, een geestverwant van de mannen der Fransche Revolutie heeft gescholden,

de verzekering, dat men, te kennen gevende, dat hij met de Liberalisten liep, eenvoudig heeft voorbijgezien „wat door hem positief hier tegenover werd gesteld."

de mededeeling, dat hij voor twintig en meer jaren enkele minder gelukkig gekozen uitdrukkingen had gebezigd, waarmede men hem thans nog vervolgde en

Sluiten