Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

licht gebracht. Immers ; niettegenstaande onze vaderen Art. XXXVI eenstemmig, ook in dien harden volzin beaamden, is Nederland de bakermat geworden, niet van geloofsvervolging, maar van conscientievrijheid."

Artikel XXXVI leert dus volgens Dr. Kuyper consciëntiedwang.

Het is broodnoodig een en ander aan een nader onderzoek te onderwerpen. Indien wij niet meer van Dr. Kuyper's gevoelen wisten, zouden wij, dit opstel lezende tot onszelven zeggen: zijne verwerping vanArtikel XXXVI Ned. confessie is zuiver een gevolg van misverstand, die spoedig uit den weg te ruimen is.

Wellicht zou daartoe dan ook kunnen dienen het bewijs uit de historie dat onze vaderen niet zooals hij vermoedt „van het schavot tot de plakaten tot een met die plakaten strijdige praktijk gekomen zijn", maar dat hier geen spraak is van evolutie en zelfs niet Van eene veranderde praktijk, tenzij de door hem bedoelde „vaderen" de Libertijnsche en Remonstrantsche Regenten zijn geweest, wier indifferentisme, heulen met het Papisme, en toelaten van heidensche gruwelen a 11 ij d door onze Godgeleerden zijn gewraakt.

Indien nu eens juist uit dien harden volzin van Art. XXXVI bleek, dat hier van geloofsvervolging geen sprake kon zijn !

Wij hopen het bewijs te leveren dat het, ten onrechte aan onze vaderen, toegeschreven gevoelen in strijd was, niet alleen met de dieper liggende beginselen der Gereformeerde Kerk, maar met heel de Belijdenis in hare meest voor de hand liggende leeringen.

Alles wat der Overheid was opgedragen had zij op haar eigen terrein, dat des openbaren levens te vervullen.

Zij was geen heer der conscientie, geen werkmeester des geloofs. De openbare uitlegging der Schrift was haar niet opgedragen. Zij was ook niet de bloote uitvoerder van de bevelen der Kerk, maar maakte van de adviezen der Kerk naar eigen oordeel gebruik.

Sluiten