Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met 'Uitgangspunt voor het leven van den Staat ligt in de oorspronkelijk geschapen dingen."

De Staat ligt ook voor ons op het terrein van het natuurlijke leven. Indien God der Overheid het licht Zijner bijzondere Openbaring onthoudt, blijft zij evenwel Overheid, Gods Stedehouderesse, al wandelt ze bij het licht der natuur.

Wanneer Dr. Kuyper evenwel hetWoord voor de Kerk opeischt, en zegt dat haar uitgangspunt, van zelf in onderscheiding van dat der Overheid, in hetWoord ligt, veronderstelt dit eene opvatting van de Algemeene en Bijzondere Genade alsmede aangaande den Staat en de Kerk, waarmede wij geen vrede hebben.

De Bijzondere Openbaring omvat o. i. niet alleen alles wat met de verzoening d. i. met de herstelling der gemeenschap tusschen God en den mensch in verband staat, maar alles wat de verlossing in ruimeren zin raakt, t. w. het herstel, ja de heerlijkmaking van de eerste Schepping. En de Particuliere Genade valt niet zoo geheel saam met den dienst van het Woord en der Verzoening dat men het terrein van den Staat der Gemeene Genade, dat van de Kerk der Particuliere Gratie kan toewijzen. Dit is o. i. te gelijkertijd én te veel én te weinig aan de Kerk toegeschreven : Het eerste is in den grond Doopersch en in de uiterste consequentie Roomsch ; het andere berooft de Kerk van een deel van haar gebied, de roeping om het Woord aan de Volken en de Overheden te bedienen.

Wat het eerst gezegde betreft:

Onze vaderen verstonden onder de uitdrukking „Particuliere Genade ' niet precies het zelfde wat wij onder die benaming telkens in het betoog van Dr. Kuyper meenen te vinden.

W. A. Brakel, bijv. zegt in zijn „Redel. Godsdienst" van de Genade :

„De Genade is ófgemeene ófbijzondere.

De gemeene genade bewijst God alle menschen door mededeeling van lichamelijke weldaden.

Sluiten