Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denken, spreken en handelen der burgers had kunnen liggen, gaat geheel teloor, door de hoogst bedenkelijke theorie, dat de verplichting der Overheid om naar het Woord te handelen ieder oogenblik van kracht zou kunnen worden, zoodra de openbare meening, of, om de zaken maar dadelijk bij den rechten naam te noemen, de heerschende partij hare positieve beschouwingen rechtstreeks en zijdelings aan haar weet op te dringen.

Dit gevoelen is in beginsel Roomsch.

De Overheid weet zelve niet wat waarheid is, maar zij komt het langs een omweg te weten door hen die over haar heerschen.

Nog al gevaarlijk !

Wij zijn nu, evenwel, bezig conclusies uit eenjge, in ons oog zeer onaannemelijke, gegevens, te trekken.

Immers; is het wel zoo volkomen zeker, dat de Overheid ambtshalve iets moet doen, dat zij tegelijkertijd niet kan doen ? Zoo zeker, dat zij iets niet kan of mag en, evenwel, op poene van tegen God te hebben gezondigd en een dure plicht te hebben verzuimd, moet doen of weten, of moest gedaan of geweten hebben, öf moest hebben kunnen doen of weten ?

De menschelijke taal heeft geene woorden wier beteekenis zoo kneedbaar en splinterig tevens is, als de woorden kunnen, mogen en moeten. In eene redeneering kan men er wonderen meê verrichten. En indien men de moetende, kunnende en mogende menschen daarbij het eene oogenblik als zoodanig, het andere ambtshalve, het derde onder een bepaald gezichtspunt beschouwt en geen onderscheid maakt tusschen kunnen weten en kunnen uitvoeren, werkt men zich met deze begrippen zeer spoedig vast.

»Mijne hoorders 1" sprak een lid van de Knapenvereeniging, die eene voordracht zou houden over een hoogst belangrijk onderwerp: de vrije wil des menschen: de mensch heeft geen vrijen wil, want anders zou er niemand zijn omgekomen in den zondvloed 1...

Sluiten